Over

De levensloop van Vincent van Gogh, een samenvatting uit het boek “De Grote Vincent van Gogh Atlas”

1300 tekeningen, 850 schilderijen en 800 brieven (685 aan Theo)

Vincent van Gogh werd geboren als zoon van een protestantse dominee in Zundert in 1853. Na schooltijd zwierf hij graag in de omgeving van Zundert en las veel. Een stille jongen met vuurrood haar en sproeten. Na een afgebroken studie aan de HBS in Tilburg, werd Vincent jongste bediende bij de vermaarde Kunsthandel Goupil & Co. in den Haag. Zijn oom Vincent  van Gogh was mede eigenaar van Goupil. Vervolgens was Vincent ook werkzaam bij de vestigingen van Goupil in Londen en Parijs.
Vincent voelde zich geleidelijk toch  meer aangetrokken tot theologie, hij  studeerde zelfs een jaar theologie in Amsterdam, maar studie mislukt.
Hij ging zijn geluk richting kunst beproeven. Volgt lessen aan de kunstacademie in Brussel, ging weer terug naar zijn ouders in  Brabant om zich meer in tekenen te bekwamen. Zijn vader had inmiddels een aanstelling als dominee in Etten aanvaard, in een klein gebouwtje naast de pastorie in Etten kreeg Vincent zijn eerste atelier. Hij werkte bijna aan een stuk door, probeerde dorpsgenoten als model te laten fungeren, het liefst in hun werkkleding, terwijl de mensen zich liever in hun nette zondagse pak lieten vereeuwigen. “Petites misères” uit het leven van een kunstenaar schreef hij later aan Theo.
Vincent toonde zijn tekeningen aan zijn aangetrouwde neef Anton Mauve -den Haag- en wekte zijn interesse. Mauve adviseerde hem ook met olieverf te gaan werken, Vincent kreeg een schilderskist gevuld met benodigdheden cadeau van Mauve. Vincent verbleef in de jaren 1881 tot 1883 in Den Haag. In het atelier van Mauve schilderde hij het “Stilleven met aarden pot en klompen – 1881”, (Kröller Müller- Otterlo) hij was verguld met het compliment van Mauve voor zijn werk.

In de tussentijd liep hij met het plan rond om naar de heidevelden en het veenlandschap in Drenthe te reizen om zich daar helemaal op het tekenen en schilderen te kunnen richten. Na een lange treinreis vanuit Den Haag arriveerde Vincent in Hoogeveen, vond onderdak bij spoorwegbeambte Albertus Hartsuiker. “Mooi is het hier alles, waar men ook gaat” schreef hij aan Theo. Op de heide ziet hij schaapskooien en herders, mooier dan die in Brabant. De vol beladen  turfschuiten, hardwerkende bevolking, de eenvoud, dit betekende voor Vincent het echte leven. Toch wil hij dringend verder kijken en vertrekt begin oktober 1883 per trekschuit naar het tweelingdorp Nieuw Amsterdam/Veenoord. In het logement van Hendrik Scholte (nu van Goghhuis) huurt hij een kamer. Al na een paar dagen schreef hij Theo “’t is hier vrede”, “ik geloof dat ik mijn landje heb gevonden hoor” hier zou hij willen blijven …… Hij was vaak schilderend in de omgeving te vinden.
Vincent wil graag Zweeloo bezoeken om de Duitse schilder Max Liebermann te ontmoeten. Logementhouder Scholte moest naar de markt in Assen, Vincent kon meerijden. Helaas bleek Liebermann alleen in de zomerperiode in Zweeloo te zijn. Vincent maakte er een paar schetsen, o.a. het kerkje van Zweeloo. Hij liep terug naar het logement van Hendrik Scholte, genoot onderweg van de oneindigheid en lucht van het Drentse landschap.

Ondanks de gezelligheid bij de open haard in Scholtes logement, voelde Vincent zich eenzaam en buitengesloten. Hij stelt zelfs Theo voor ook schilder te worden en naar Drenthe te komen. In november is het te nat en koud om buiten te kunnen schilderen. Vincent besloot om terug te keren naar zijn ouders, die inmiddels in Nuenen woonden.
Hij huurde een atelierruimte in Nuenen, thuis met zijn ouders was de verstandhouding niet optimaal. Vincent schilderde in deze periode o.a. “de Aardappeleters”.

De creatieve zoektocht van Vincent  ging verder. In Antwerpen volgde hij een studie “antiek tekenen”, maakte studie niet af en vertrok naar Parijs. Ging daar samenwonen met Theo op Montmartre, schilderde in het atelier van Cormon. Vincent raakt bekend met het  impressionisme, zijn werk werd lichter en krijgt fellere kleuren. Hij ontmoette Gauguin, Emile Bernard en Toulouse-Lautrec.
Parijs werd te lawaaierige voor hem, hij vertrok naar Zuid Frankrijk, Arles. Vincent was verrukt van het licht en de heldere kleuren van het landschap. “Had ik dit land maar gekend op mijn 25ste en er niet op mijn 35ste aankomen”. In Arles ontwikkelde hij het plan  om het “Atelier van het Zuiden” te beginnen met Gauguin en Bernard,  (Gele Huis), samen schilderen, van elkaar leren en de kosten delen. Om het atelier op te vrolijken, schilderde Vincent 7 schilderijen met zonnebloemen.
Theo zou de door de kunstenaars gemaakte schilderijen bij Goupil in Parijs kunnen verkopen. Helaas alleen Gauguin kwam naar Arles. Vincent werkte hard maar raakte ondervoed en uitgeput, ook door meningsverschillen met Gauguin.
Het plan mislukte, Vincent kreeg een inzinking, sneed een deel van zijn oor af en werd vervolgens  opgenomen in een inrichting in Saint Remy, privé verpleeginrichting Maison de Santé, een  voormalig klooster.
Vincent bleef schilderen, soms onder begeleiding ook buiten de inrichting  Er kwam zelfs voorzichtig erkenning voor zijn werk, Vincent werd echter teveel gekweld door verdriet om publiciteit aan te kunnen.  3 van zijn schilderijen werden tentoongesteld op een tentoonstelling in Brussel, Anna Boch koopt “de rode wijngaard – 1888”, enig tijdens Vincents leven verkochte schilderij.
Vincent verlangde terug naar Parijs, werken tussen “die gekke zieken” maakt hem van streek, schreef hij. Na meerdere aanvallen in Saint Remy was het voor hem duidelijk, dat hij niet zou herstellen in de inrichting, hij wil verhuizen naar het noorden, naar Parijs.
Theo reageerde eerst voorzichtig en stelt hem voor om te gaan wonen in het kunstenaars dorp Auvers sur Oise, ongeveer 30 km ten noorden van Parijs. Er woonde daar ook een arts, dokter Paul Gachet, die wel een beetje op hem zou willen letten. De treinreis ging via Parijs en Vincent bezocht Theo en zijn vrouw Jo in hun appartement, hij was onder de indruk van hun naar hem vernoemde  pasgeboren zoontje, Vincent Willem.
Aangekomen in Auvers nam Vincent intrek in de Auberge Ravoux. Hij vond het dorp en het platteland in de omgeving prettig. Maakte lange wandeltochten op zoek naar onderwerpen voor zijn schilderijen. Hij probeerde in zijn schilderijen tot uitdrukking te  brengen hoe wanhopig snel de dingen in het moderne leven voorbijgaan. Vincent vermoedde dat Theo hem niet langer financieel kon ondersteunen. Hij vond dat hij gefaald had en realiseerde zich  dat zijn obsessie voor zijn kunst hem niets had opgeleverd,  daar kon hij niets meer aan veranderen.
Op 27 juli 1890 trok Vincent voor de laatste keer de korenvelden van Auvers in en schoot zichzelf in de borst. Hij stierf op 29 juli in de ochtend, met Theo aan zijn zij.

Een jaar later overlijdt Theo, de beide broers liggen naast elkaar begraven op het kerkhof van Auvers sur Oise
De weduwe van Theo, Jo van Gogh-Bonger, ontfermt zich over de schilderijen, tekeningen en brieven van Vincent
Geleidelijk begint er belangstelling voor het werk van Vincent van Gogh te komen (o.a. van echtpaar Kröller).


Over Rembrandt van Rijn

Rembrandt Harmenszoon van Rijn (Leiden, 15 juli 1606 – Amsterdam, 4 oktober 1669) was een Nederlandse kunstschilder, etser en tekenaar. Hij geldt algemeen als een van de grootste schilders en etsers in de Europese kunst, en als de meest belangrijke Hollandse meester van de 17e eeuw. Rembrandt vervaardigde in totaal ongeveer driehonderd schilderijen, driehonderd etsen en tweeduizend tekeningen. Zijn werk behoort tot de barok en is zichtbaar beïnvloed door het caravaggisme, (Het caravaggisme is een stroming in de 17de-eeuwse schilderkunst, naar aanleiding van de revolutionaire stijl van de Italiaanse meester Caravaggio.) Dit is opmerkelijk daar hij nooit in Italië is geweest. Zijn bijzondere beheersing van het spel met licht en donker, waarbij hij vaak scherpe contrasten (clair-obscur) gebruikte om zo de toeschouwer de voorstelling binnen te voeren, leidde tot levendige scènes vol dramatiek.

Het oeuvre van Rembrandt wordt door kunsthistorici in vijf periodes ingedeeld, te beginnen met de Leidse periode (1625-1631). Vanaf 1629 begint de ontwikkeling als kunstenaar, waarbij Rembrandt met contrasten begint te werken en zijn belangstelling is gewekt voor de lichtbehandeling; na 1640 treedt een versobering in. In de jaren 1650 zijn penseelstreken duidelijk zichtbaar en de kleuren rijker.

Rembrandt beschouwde zichzelf vooral als een historie- en portretschilder. Hij was een zelfverzekerde man en vervaardigde in alle levensfasen, maar vooral na 1660 zelfportretten welke door iedereen werden bewonderd.
De honderd geschilderde en twintig geëtste zelfportretten geven een opmerkelijk scherp beeld van zijn uiterlijk en een vermoeden van zijn gevoelens; hij beeldde zichzelf af als de apostel Paulus en zette zichzelf in zijn zelfportret uit 1658 neer als een koning uit het Oosten.
Behalve zijn vrouw Saskia van Uylenburgh en zijn zoon Titus van Rijn heeft ook zijn huishoudster/vriendin Hendrickje Stoffels gefungeerd als model.


Over de Nachtwacht

De Nachtwacht is het beroemdste schilderij dat geschilderd is door Rembrandt van Rijn. Het geldt dan ook als een van de meest waardevolle werken ter wereld. De volledige naam van het schilderij is “De compagnie van Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren”. Het schilderij heeft lang in de vergetelheid in het donker gestaan. Door het vuil en stoffigheid werd het erg donker en kreeg daarom de naam “De Nachtwacht”. Momenteel is het na een aantal restauraties weer goed zichtbaar. Het hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Het schilderij is gemaakt in 4 jaar tijd en was klaar in 1642. Het meet nu 363cm x 437 cm. Oorspronkelijk was het veel groter, maar omdat het moest passen tussen twee deuren in het nieuwe stadhuis van Amsterdam (nu het paleis op de Dam) werd het schilderij op maat gesneden. Ook de hoogte moest worden aangepast.
In de Tweede Wereldoorlog is het schilderij opgerold en werd het voor de Duitsers op diverse plekken verstopt, waaronder in de Staatsmijnen in Limburg. Zwaar beschadigd kwam het de oorlog door. Gelijk na de oorlog vond een restauratie plaats.
Volgens deskundigen staat Rembrandt zelf ook op het schilderij. Een beetje links van het midden tussen een man met een hoed en een man met een helm. Het oog wat net te zien is, zou het oog van Rembrandt zijn.

De mannen op het schilderij zijn schutters. De schutter, zelf ook burger van de stad, beschermde de bewoners. Dat gebeurde in groepsverband, genaamd “de schutterij”. Een schutterij is een vereniging die in de middeleeuwen de stad verdedigde. Schutters zorgen voor orde en rust in de stad. Zij waren bewapend en hielden ’s nachts de wacht en patrouilleerden. De schutterij kun je vergelijken met de politie van nu. Leden van de Schutterij werden vaak geportretteerd, altijd strak en stijf, een geposeerd staatsieportret. Rembrandt doorbrak dit en schilderde de compagnie in actie, alsof ze op het punt stonden op patrouille te gaan. Niet iedereen was destijds gecharmeerd van de voor die tijd flamboyante wijze waarop Rembrandt de compagnie van Banning de Cock en van Van Ruytenburg portretteerde.

Locatie Savannestal, Rensenpark, Hoofdstraat 18, 7811EP Emmen Telefoon 0619877120 E-mailadres info@denachtwachtvanemmen.nl Openingstijden donderdag, vrijdag, zaterdag 13.00 - 17.00 uur en koopzondagen 13.00 - 17.00 uur
%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close