Over

KUNSTKRANT maart/april 2019

Rembrandt Verguisd en vereerd 

‘Geloof je nu wel, en dat meen ik oprecht, dat ik tien jaren van mijn leven wilde geven, als ik hier voor dit schilderij veertien dagen kon blijven zitten met een korst droog brood voor voedsel?’
Aldus Vincent van Gogh in oktober 1885 als hij Rembrandts Joodse bruidje in het Rijksmuseum ziet. In juli van dat jaar was het Rijksmuseum gereed gekomen, met een prominente plaats voor Rembrandts schilderijen.
Ongepast anders dan vaak wordt gedacht, verging het Rembrandt niet net als Van Gogh. Het grootste deel van zijn leven werd hij gewaardeerd door kunstliefhebbers en kon hij hoge prijzen vragen, maar al aan het eind van zijn leven veranderde dat. Onder invloed van het Franse classicisme werd het ‘ongepast’ om levende wezens zo realistisch (met al hun gebreken) en onelegant weer te geven, zoals Rembrandt had gedaan. Aan het begin van de 18de eeuw werd er vooral in Nederland neergekeken op Rembrandts ‘onwelvoeglijkheden’.

In het buitenland werd Rembrandts werk juist steeds meer gewaardeerd. Vooral Rembrandts etsen begonnen daar aan een zegetocht. In Duitstalige landen en in Engeland werd Rembrandt beschouwd als de meester van het schilderachtige clairobscur. Het ene Rembrandt-schilderij na het andere verdween naar het buitenland. De uitverkoop naar het buitenland ging in de 19de eeuw onverminderd voort. Nationale held.

Toch waren er ook wat betreft het Nederlands kunstbezit wel een paar lichtpuntjes. In 1828 verhinderde koning Willem I dat “De anatomische les” van dr. Tulp werd geveild. Het stuk werd geplaatst in het Mauritshuis. Het was de eerste keer dat de staat een werk van Rembrandt aankocht.
In 1854 werd Het Joodse bruidje uit de verzameling van Adriaan van der Hoop gelegateerd aan de stad Amsterdam.

Na de afscheiding van België in 1830 probeerden de Nederlanders hun gekrenkte zelfrespect terug te krijgen. Toen de Belgen in 1840 een standbeeld voor Rubens hadden opgericht, werd Rembrandt in Nederland gebombardeerd tot nationale held. Ook voor hem moest er een standbeeld komen.
Het beeld (van gietijzer, want voor brons ontbrak het geld) werd onthuld in 1852 op de Botermarkt, vervolgens omgedoopt tot Rembrandtplein.

Rechtdoorzee, langzaam maar zeker, kon Rembrandt in het wereldbeeld van de Romantiek worden ingevoegd. Dat Rembrandt van de regels was afgeweken, werd nu juist als positief beoordeeld. Zijn vermeende tegendraadsheid en onbehouwenheid werden omgezet als behept met een hoge moraal en als rechtdoorzee, wat als typerend voor de Hollandse mentaliteit werd gezien.
Terwijl de kennis over Rembrandts werk weinig voorstelde, groeide de interesse voor Rembrandts levensgeschiedenis, voor ‘de mens achter de kunstenaar’. Maar het nationale besef van de uitverkoop van cultureel erfgoed werd pas werkelijk wakker geschud door Victor de Stuers met zijn aanklacht in De Gids in 1873 getiteld Holland op zijn smalst. Vanaf dat moment kwam er zo nu en dan ook weer eens een Rembrandt terug naar Nederland.
In 1883 kon een verzameling met 23 tekeningen van Rembrandt voor het 350 jaar Rembrandt-waardering Verguisd en vereerd Rijksprentenkabinet worden behouden. Er werd voor deze actie speciaal een vereniging opgericht met als passende naam “de Vereeniging Rembrandt”.

Commercialisering 1906 was een opmerkelijk jaar. Rembrandts geboorte van driehonderd jaar eerder werd in Leiden en Amsterdam groots gevierd met tentoonstellingen, voorstellingen, optochten, zelfs een bloemencorso en vuurwerk.
In de Amsterdamse Stadsschouwburg werd speciaal voor de gelegenheid gecomponeerde muziek ten gehore gebracht. Er werden bijeenkomsten gehouden en kransen gelegd bij Rembrandts standbeeld. In het satirische krantje “De Ware Jacob” werd de spot gedreven met de vercommercialisering van Rembrandt (‘Rembrandt worst’) en met hoge heren die zichzelf nu belangrijk maakten zonder dat ze ooit blijk hadden gegeven van enige liefde voor de kunst van Rembrandt. Onder een spotprent zijn de woorden toegevoegd die Rembrandt had kunnen denken: ‘Dit volk eert mij met de lippen, maar hunne harten zijn (gelukkig) verre van mij.’

Stormachtig In de jaren 1930 kwam het beeld van de woeste schilder die een stormachtig leven leidde verder tot uiting in romans, toneelstukken en voor het eerst ook in films (Charles Laughton als Rembrandt).
Tussen 1940 en 1942 werd Rembrandts Nachtwacht in veiligheid gebracht door het grote doek op te rollen en te plaatsen in een bomvrije schuilkelder.
Na de bevrijding bleek dat er zo’n veertig schilderijen uit Nederlandse musea waren verwoest, maar daar was geen Rembrandt bij.
De Nachtwacht werd in het Rijksmuseum ontrold en op Rembrandts verjaardag, 15 juli van het jaar 1945, opende de tentoonstelling “Weerzien der meesters”.

Langzaam maar zeker kwam ook het kunsthistorisch onderzoek weer op gang. In 1968 werd het Rembrandt Research Project (RRP) opgericht.
De 600 tot 700 tot dan toe aan Rembrandt toegeschreven schilderijen werden door een collectief van kunsthistorici systematisch onderzocht. In de loop der tijd werden steeds meer werken toegeschreven aan leerlingen. Het belang van Rembrandts omgeving, zijn voorlopers (leermeester Pieter Lastman) en leerlingen, werd steeds meer ontdekt.
Record Rembrandt is in de belangstelling gebleven.

In 1999 werd Rembrandts gereconstrueerde ‘Kunstcaemer’ in het Rembrandthuis geopend, wat zijn verzameldrift en nieuwsgierigheid naar alle wonderlijkheden van de wereld aantoonde. Op 8 oktober 2014 presenteerde Ernst van de Wetering, als enige overgebleven van het RRP, het zesde en afsluitende deel van zijn ‘Corpus’ met 340 geheel of gedeeltelijk aan Rembrandt toegeschreven werken. De tentoonstelling in het Rijksmuseum over “De late Rembrandt” in 2015 trok meer dan een half miljoen bezoekers, een record, meer nog dan de herdenkingstentoonstelling in 1969.

De huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit werden door Nederland en Frankrijk aangekocht, elk voor 80 miljoen euro. In 2016 kon Thomas Kaplan het vroege werk “De reuk” toevoegen aan zijn New Yorkse Leiden Collection. Kunsthandelaar Jan Six maakte bekend twee Rembrandts te hebben ‘ontdekt’. Maar belangrijker misschien nog is, dat na bewonderaars als Van Gogh, Picasso, Oskar Kokoschka en David Hockney, er nog steeds eindeloos veel kunstenaars zijn die zich door Rembrandts werk laten inspireren.

Geschreven door Aernout Hagen


Over het schilderij “Het Joodse Bruidje”

Wat direct opvalt bij dit grote schilderij, is dat het buitengewoon grof is geschilderd. Bij sommige delen moet je afstand nemen om te kunnen zien wat het precies voorstelt. Rembrandt liet met dit werk alle conventies los: hij kraste en smeerde erop los.
Rembrandt schilderde Het Joodse bruidje dateert uit de jaren 1665-1669,  laat in zijn carrière. Hij liet in deze fase alle conventies los. Hij boetseerde met zijn verf, kraste erin met de achterkant van zijn penseel en smeerde de verf uit met een paletmes. Als een brute, grove ploert. Vincent van Gogh viel 200 jaar later voor de intimiteit van het schilderij, dat een liefdevol moment laat zien tussen een man en een vrouw. Daarbij voelt het aan alsof we stiekem aanwezig zijn bij een heel persoonlijk moment waar we eigenlijk niet bij horen te zijn.

Exotische uitdossing
We zien een stel waarbij de man de vrouw liefdevol aanraakt. Het stel heeft exotische kleding aan uit een andere tijd dan van Rembrandt. De twee gaan op in het moment en in elkaar. Inmiddels weten we dat het schilderij een afbeelding is uit het Bijbelverhaal van het echtpaar Isaäk en Rebekka. Zij gaan wonen in een vreemd land. Isaäk doet zich hier voor als de broer van Rebekka, om te voorkomen dat hij wordt vermoord en dat zijn beeldschone vrouw in handen valt van soldaten.


Over 1 van de vele zelfportretten van Rembrandt:

Het zelfportret met twee cirkels
Op dit late zelfportret uit 1665 toont Rembrandt zich als kunstenaar. Hij draagt een voor schilders kenmerkende baret. In zijn linkerhand houdt hij diverse schildersattributen: een palet, kwasten en een schildersstok. Het gezicht is heel gedetailleerd geschilderd, terwijl het gewaad, het palet en de baret geschilderd zijn met de extreem losse toets die zo kenmerkend is voor zijn late schilderijen. De extreem losse toets laat precies zien wat Rembrandt wilde zijn: een genie die uit de losse pols een meesterwerk schilderde. De twee volmaakte, in een vloeiende beweging geschilderde cirkels zijn ongetwijfeld het symbool voor het artistieke meesterschap van Rembrandt.

Geschreven door Aernout Hagen


Over het Rembrandthuis

In het Rembrandthuis zijn dit jaar meerdere tentoonstellingen gepland:

Rembrandts Social Network – familie, vrienden en relaties,
vanaf 1 februari tot en met 19 mei 2019

Rembrandt had gedurende zijn leven goede vriendschappen opgebouwd. Tijdens de tentoonstelling Rembrandts Social Network – familie, vrienden en relaties maak je onder anderen kennis met jeugdvriend Jan Lievens, kunstkenner Jan Six, redder Abraham Francen en de familieleden van Rembrandt’s vrouw Saskia Uylenburgh.

De tentoonstelling Inspired by Rembrandt
van 7 juni tot en met 9 september 2019
In deze tentoonstelling zie je prenten van voorlopers, tijdgenoten en moderne kunstenaars die zich door Rembrandt hebben laten inspireren.

De tentoonstelling Laboratorium Rembrandt
vanaf 21 september 2019 tot en met 16 februari 2020
In deze tentoonstelling wordt de techniek uitgelegd van zijn schilderkunst. In een laboratoriumachtige setting kom je erachter op welke manier de kunstenaar schetste en speelde met kleur en licht.


Over het Rembrandt jaar

Dit jaar wordt het 350ste sterfjaar van Rembrandt gevierd op velerlei wijze.
Zo doet het Rijksmuseum dit vanaf 15 februari met Alle Rembrandts. Voor het eerst in de geschiedenis zal het museum alles van Rembrandt uit de eigen collectie laten zien: 22 schilderijen, 60 tekeningen en 300 etsen. In de zomer volgt Lang Leve Rembrandt, waarvoor het publiek werk mag inzenden. In juli start een onderzoek naar De Nachtwacht, die op zaal zal worden gerestaureerd. Waarna het museum het Rembrandtjaar in oktober afsluit met Rembrandt-Velázquez.



Over de werkgroepen van stichting “de Nachtwacht van Emmen” 

Alvorens de eerste penseelstreek op het doek kan worden gezet hebben een aantal enthousiaste vrijwilligers al gedurende langere tijd zich bijna dagelijks ingezet. Deze bevlogen vrijwilligers houden zich o.a. bezig met de verbouwing van het Savannehuis, het werven van sponsoren en fondsen, de inrichting van het Savannehuis, financiële- en juridische zaken, PR en communicatie en wellicht het meest belangrijk: het creatieve gedeelte van het project. Dit alles onder de bezielende leiding van een projectleider. Voor alle genoemde zaken zijn werkgroepen ingesteld en graag stellen we deze aan u voor:
* Gerrit Posthuma, bouw
* Henk Sikkenga, fondsenwerving
* Frans van Woudenberg, financiële- en juridische zaken
* Jaap van der Veen, fondsenwerving
* Rob Wilhelm, PR- en activiteitencommissie
* Harrie Visser, creatief leider
* Janine Renate van de Berg, facilitaire zaken
* Fokke Wester, projectleider
* Bea Wolters, PR- en activiteitencommissie
* Herry Prinsen, bouw, PR- en activiteitencommissie
* Maaike Zwaagstra, coördinatie en planning vrijwilligers
* Anja Kessler, facilitaire zaken


Over Rembrandt van Rijn

Rembrandt Harmenszoon van Rijn (Leiden, 15 juli 1606 – Amsterdam, 4 oktober 1669) was een Nederlandse kunstschilder, etser en tekenaar. Hij geldt algemeen als een van de grootste schilders en etsers in de Europese kunst, en als de meest belangrijke Hollandse meester van de 17e eeuw. Rembrandt vervaardigde in totaal ongeveer driehonderd schilderijen, driehonderd etsen en tweeduizend tekeningen. Zijn werk behoort tot de barok en is zichtbaar beïnvloed door het caravaggisme, (Het caravaggisme is een stroming in de 17de-eeuwse schilderkunst, naar aanleiding van de revolutionaire stijl van de Italiaanse meester Caravaggio.) Dit is opmerkelijk daar hij nooit in Italië is geweest. Zijn bijzondere beheersing van het spel met licht en donker, waarbij hij vaak scherpe contrasten (clair-obscur) gebruikte om zo de toeschouwer de voorstelling binnen te voeren, leidde tot levendige scènes vol dramatiek.

Het oeuvre van Rembrandt wordt door kunsthistorici in vijf periodes ingedeeld, te beginnen met de Leidse periode (1625-1631). Vanaf 1629 begint de ontwikkeling als kunstenaar, waarbij Rembrandt met contrasten begint te werken en zijn belangstelling is gewekt voor de lichtbehandeling; na 1640 treedt een versobering in. In de jaren 1650 zijn penseelstreken duidelijk zichtbaar en de kleuren rijker.

Rembrandt beschouwde zichzelf vooral als een historie- en portretschilder. Hij was een zelfverzekerde man en vervaardigde in alle levensfasen, maar vooral na 1660 zelfportretten welke door iedereen werden bewonderd.
De honderd geschilderde en twintig geëtste zelfportretten geven een opmerkelijk scherp beeld van zijn uiterlijk en een vermoeden van zijn gevoelens; hij beeldde zichzelf af als de apostel Paulus en zette zichzelf in zijn zelfportret uit 1658 neer als een koning uit het Oosten.
Behalve zijn vrouw Saskia van Uylenburgh en zijn zoon Titus van Rijn heeft ook zijn huishoudster/vriendin Hendrickje Stoffels gefungeerd als model.


Over de Nachtwacht

De Nachtwacht is het beroemdste schilderij dat geschilderd is door Rembrandt van Rijn. Het geldt dan ook als een van de meest waardevolle werken ter wereld. De volledige naam van het schilderij is “De compagnie van Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren”. Het schilderij heeft lang in de vergetelheid in het donker gestaan. Door het vuil en stoffigheid werd het erg donker en kreeg daarom de naam “De Nachtwacht”. Momenteel is het na een aantal restauraties weer goed zichtbaar. Het hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Het schilderij is gemaakt in 4 jaar tijd en was klaar in 1642. Het meet nu 363cm x 437 cm. Oorspronkelijk was het veel groter, maar omdat het moest passen tussen twee deuren in het nieuwe stadhuis van Amsterdam (nu het paleis op de Dam) werd het schilderij op maat gesneden. Ook de hoogte moest worden aangepast.
In de Tweede Wereldoorlog is het schilderij opgerold en werd het voor de Duitsers op diverse plekken verstopt, waaronder in de Staatsmijnen in Limburg. Zwaar beschadigd kwam het de oorlog door. Gelijk na de oorlog vond een restauratie plaats.
Volgens deskundigen staat Rembrandt zelf ook op het schilderij. Een beetje links van het midden tussen een man met een hoed en een man met een helm. Het oog wat net te zien is, zou het oog van Rembrandt zijn.

De mannen op het schilderij zijn schutters. De schutter, zelf ook burger van de stad, beschermde de bewoners. Dat gebeurde in groepsverband, genaamd “de schutterij”. Een schutterij is een vereniging die in de middeleeuwen de stad verdedigde. Schutters zorgen voor orde en rust in de stad. Zij waren bewapend en hielden ’s nachts de wacht en patrouilleerden. De schutterij kun je vergelijken met de politie van nu. Leden van de Schutterij werden vaak geportretteerd, altijd strak en stijf, een geposeerd staatsieportret. Rembrandt doorbrak dit en schilderde de compagnie in actie, alsof ze op het punt stonden op patrouille te gaan. Niet iedereen was destijds gecharmeerd van de voor die tijd flamboyante wijze waarop Rembrandt de compagnie van Banning de Cock en van Van Ruytenburg portretteerde.

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close